CPD de vereniging ván en vóór practici


Het CPD is dé onafhankelijke belangenbehartiger ván, vóór en dóór practici. Die inzet wordt gewaardeerd. De beste zorg voor het dier start bij het werkbaar houden van het vak. Practici met hart en passie voor de praktijk kiezen voor het CPD. Doeners die denken én denkers d...


Leden info

CPD POSITIE EN ROL

Het CPD is dé belangenvereniging voor praktiserende dierenartsen en praktijken. Het CPD behartigt de belamngen vanuit een onafhankelijke positie.

 

De positie van het CPD is het eenvoudigst uit te leggen aan hand van normstelling, handhaving en de invloed die belanghebbenden op de practicus uitoefenen. Het betreft de overheid, de vrije markt en regulerende private belangengroepen. Voor de individuele practicus is onafhankelijke collectieve belangenbehartiging ván en vóór praktiserende dierenartsen van belang. Het CPD voorziet daarin.

 

Hoe ziet het CPD haar positie en rol? 

De overheid legt in een democratisch proces wetgeving vast en handhaaft deze. Voor de praktiserende dierenarts is de overheid het bevoegd gezag. De praktische beroepsuitoefening in de vrije markt vanuit is mogelijk op basis van inschrijving in het diergeneeskunderegister.nl van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG). De handhaving betreft het tucht- en strafrecht, de bestuurlijke boete en de mogelijkheid de vergunning voor kleinhandel te ontnemen. Bij het ontnemen van de vergunning kan de betreffende practicus geen diergeneesmiddelen meer toepassen en leveren. Waar wetgeving in de praktijk niet werkbaar blijkt onderneemt het CPD actie. Een voorbeeld is het initiatief tot aanpassing van de UDD-regeling die per 1 januari 2017 is gewijzigd en waarvan de aanpassingen op verzoek van het CPD zijn geëvalueerd

 

Vanuit Europees perspectief is de diergeneeskunde een gereguleerd beroep: Richtlijn 2005/36/EC (beroepskwalificatie) en Richtlijn 2006/123/EG (dienstenrichtlijn). Op grond van deze richtlijnen heeft de Federation of Veterinarians of Europe het initiatief genomen de European Veterinary Code of Conduct  vast te stellen. De 'gids' beschrijft de maatschappelijke rol en positie van de dierenarts ten op zichte van het dier, de klant, het veterinaire team en de overheid. De 'gids' stelt onder andere eisen aan meer gedetailleerde regels. Die mogen niet discrimineren en dienen noodzakelijk en proportioneel te zijn. Bovendien erkent de 'gids' de dilemma's waar de practicus zich in de dagelijkse praktijk ten aanzien van wet en regelgeving voor ziet geplaatst.  Deze 'gids' vormt voor het CPD het algemeen afwegingskader voor haar rol en inbreng. Het CPD steeft naar een werkbare oplossingen voor dilemma's waar de practicus zich in het dagelijkse werk voor ziet geplaatst.

 

Voor de Nederlandse practicus is de beroepsvereniging de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMVD) een dominante regulerende partij. Sinds 2012 heeft de KNMvD de strategische rol van opsteller van richtlijnen voor veterinair handelen ingenomen. De KNMvD stelt dat de veterinaire veldnormen (richtlijnen en formularia) naast een normstellend ook een handhavend karakter hebben. De eerste tien richtlijnen zijn met financiële steun van de overheid vastgesteld. Het idee was dat een richtlijn bijdraagt aan het oplossen van knelpunten, controverse of risico in de veterinaire praktijk. KNMvD hanteert voor haar regelingen eigen registers zoals het "Centraal Kwaliteit Register Dierenartsen" (CKRD), de Erkende Paardendierenarts en Keuringsdierenarts Paard die zijn  ondergebracht bij PE-veterinair onderdeel van dierenartsencoöperatie Dactari. Met uitzondering van een controle op nascholing is het overigens nog niet zover dat CKRD-geregisteerden en/of KNMvD-leden worden beoordeeld op het handelen overeenkomstig de richtlijnen. Deze toezegging is wel bij de start geuit (Tweede Kamerbrief 25 november 2011 dierziektebeleid kamerstuk 29 683 nr 106).

 

Wat KNMvD-richtlijnen voor veterinaire handelen betreft volgt het CPD de aanpak in de humane gezondheidszorg waar voor huisartsen het Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG) de richtlijnen opstelt en daarnaast belangenbehartigers voor huisartsen actief zijn zoals de Landelijke Huisartsen Vereniging en de Landelijke Vereniging voor Praktijkhoudende Huisartsen. Analoog aan humaan levert het CPD sinds 1 januari 2017 geen inbreng meer op KNMvD veterinaire veldnormen (KNMvD code, -gidsen, -richtlijnen, -protocollen, -werkinstructies, -formularia, -leidraden, -modules, -standpunten en publicaties in het KNMvD-verenigingsblad het Tijdschrift voor Diergeneeskunde). Ingaan op een verzoek om consultatie betekent immers coöptatie en commitment aan de uitkomst. Inhoudelijke inbreng leveren blokkeert daarmee de mogelijkheid voor het CPD om practici vanuit een onafhankelijke positie bij te staan. Overigens is de overheid wat betreft de 'KNMvD Code voor de Dierenarts' waarvan de richtlijnen onderdeel uitmaken duidelijk. In het artikel "de Veterinary Statutory Body" (VSB) in Nederland" (Tijdschrift voor Diergeneeskunde december 2014, jaargang 139, nr. 12, pagina 9-11) geeft de overheid bij monde van de Chief Veterinary Officer, tevens de door de Minister aangewezen klachtenambtenaar in het veterinaire tuchtrecht, aan dat de 'KNMvD Code voor de Dierenarts' alleen van  toepassing is op leden van de KNMvD.  Met de lancering van het KNMvD strategie plan 2021-2025 lijken de huidige richtlijnen en de systematiek van tot stand komen ervan nog geen voltooid verleden tijd. Het KNMvD-startegie plan geeft aan dat de komende periode inspanningen geleverd gaan worden om KNMvD-leden en CKRD-geregisteerden te commiteren aan haar eigen 'KNMvD-veterinaire veldnormen'. De uitkomsten van dat proces kan input geven voor een beoordeling of ‘eisen’ toetsbaar, naleefbaar en handhaafbaar zijn en wat het draagvlak ervoor is voorafgaand aan een eventueel proces om te worden opgenomen in sectorale kwaliteitssystemen dan wel een algemeen verbindend karakter voor de gehele beroepsgroep. Het CPD wacht dat proces af en blijft erover in gesprek.

 

Als uitkomst van dat gesprek zijn in het periodieke bestuurlijke overleg Stichting Geborgde Dierenarts (SGD) - CPD - KNMvD op 18 augustus 2021 de uitgangspunten voor Goede Veterinaire Praktijk (GVP) vastgesteld.  ​​​​​​​

 

Onder GVP wordt verstaan: 'de professionele diergeneeskundige dienstverlening volgens de principes van One Health, met aandacht voor: 

  • de gezondheid en het welzijn van het dier;
  • zoönosen, voedselveiligheid en andere risico’s voor de volksgezondheid; en
  • mogelijke ongewenste effecten van diergeneeskundig handelen op het milieu.

 

De dierenarts voert de diergeneeskundige dienstverlening zorgvuldig, volledig, inzichtelijk, borgbaar en toetsbaar uit op basis van de nationale en Europese wettelijke bepalingen en in lijn met het actuele kennisniveau betreffende de diergeneeskundige dienstverlening voor de individuele diersoort en/of de individuele patiënt. 

 

De dierenarts is zich bewust van haar/zijn sociale en maatschappelijke verantwoordelijkheid bij de diergeneeskundige dienstverlening en onderhoudt een respectvolle en vertrouwensvolle relatie met de eigenaren van dieren en collegae in de zorg voor het dier.’


Hiermee bestaat over de uitgangspunten voor GVP duidelijkheid en kan KNMvD verder met haar interne proces wat betreft haar eigen 'Code voor de Dierenarts' voor leden en het proces van 'KNMvD richtlijnen voor veterinair handelen' waar dierenartsen zich op vrijwillige basis aan kunnen commiteren door inschrijving in het CKRD of het lidmaatschap van de KNMvD. 

 

Voor de Nederlandse practicus betekent de vastgestelde definitie voor GVP m.b.t. de punten borgbare en toetsbare dienstverlening:

  • dat naar officiële controle instanties, zoals bijvoorbeeld NVWA / ANVS verantwoording kan worden afgelegd over het handelen ten opzichte van het wettelijke kader; 
  • dat de SGD Geborgde Dierenarts verantwoording kan afleggen aan de certificerende instelling waarmee SGD als regelingenhouder voor haar regelingen een overeenkomst heeft gesloten;
  • verenigingen van dierenartsen voor eigen leden en eigen regelingen en daaraan gekoppelde registers een eigen verantwoordelijkheid hebben.

 

Belangenbehartiging

Het CPD voert lobby voor de belangen van de praktiserende dierenartsen en stelt daarbij de deskundigheid van de practicus centraal. Het CPD bewaakt (voorgenomen) regels die invloed hebben op practici en de praktijkvoering. Normstelling en belangenbehartiging blijken nog al eens op gespannen voet te staan. De huidige 'KNMvD veterinaire veldnormen' lossen in de huidige vorm en organisatrorische structuur de knelpunten, controverse of risico in de veterinaire praktijk niet (altijd) op en geven eerder aanleiding tot onnodige complexiteit.

 

Het CPD is voorstander van werkbare regels die praktisch en niet star zijn en de practicus als autonoom onafhankelijk professionel in het uitoefenen van de dagelijkse praktijk ondersteunen. Als private regels worden opgesteld dan dienen deze toetsbaar, naleefbaar en handhaafbaar te zijn. Het is tevens van belang dat private regels voldoen aan de ACM-leidraad 'Samenwerking tussen concurrenten' (klik hier) en bepalingen omtrent de 'Algemene Verordening Gegevensbescheming' (klik hier). Private regels mogen de vakkennis van een dierenarts niet uitschakelen of aanleiding zijn voor onduidelijkheid over verantwoordelijkheden. Het CPD richt zich op belangenbehartiging van practici en praktijken en biedt dierenartsen de ruimte om vanuit een onafhankelijke positie lobby te voeren, waar nodig invloed uit te oefenen of relevante acties te ondernemen. Dat gebeurt gezamenlijk vanuit de missie en visie en met ruimte voor ieder diergeneeskundig werkveld: het CPD ván en vóór practici.