CPD dé vereniging voor practici
Het CPD is dé onafhankelijke belangenbehartiger van, voor en door practici. Die inzet wordt gewaardeerd. Het aantal leden groeit. "Whats in it for you?". Practici met hart en passie voor de praktijk kiezen voor het CPD. Doeners die denken én denkers die d…

Word ook lid van het CPD

De inbreng van u als practicus is van groot belang. U weet het beste wat u nodig heeft om uw vak goed uit te kunnen oefenen, en wat wél en niet werkt in uw praktijk. Word ook lid!

  • Stem voor practici
  • Waken over belangen
  • Maak uw eigen lobby mogelijk  
  • Werk mee aan een gezond vak
Lid worden CPDGa naar Mijn CPD

CPD POSITIE EN ROL

De positie van het CPD is het eenvoudigst uit te leggen aan hand van normstelling, handhaving en de invloed die belanghebbenden op de practicus uitoefenen. Het betreft de overheid, de vrije markt en regulerende private belangengroepen. Voor de individuele practicus is onafhankelijke collectieve belangenbehartiging ván en vóór praktiserende dierenartsen van belang. Het CPD voorziet daarin.

Hoe ziet het CPD haar positie en rol? 

  1. De overheid legt in een democratisch proces wetgeving vast en handhaaft deze. Voor de praktiserende dierenarts is de overheid het bevoegd gezag. De handhaving betreft het tucht- en strafrecht, de bestuurlijke boete en de mogelijkheid de vergunning voor kleinhandel te ontnemen. Bij het ontnemen van de vergunning kan de betreffende practicus geen diergeneesmiddelen meer toepassen en leveren. 
  2. De praktische beroepsuitoefening in de vrije markt is mogelijk op basis van inschrijving in het diergeneeskunderegister.nl van het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG). Voor dierenartsen geldt als gereguleerd beroep (Richtlijn 2006/123/EG en Richtlijn 2005/36/EC) het internationaal handvest voor Goede Veterinaire Praktijk de European Veterinary Code of Conduct dat is opgesteld door de Federation of Veterinarians of Europe. Deze gids vormt het algemeen afwegingskader voor de rol en positie van de practicus. De gids stelt tevens eisen aan meer gedetailleerde regels. Die mogen niet discrimineren en dienen noodzakelijk en proportioneel te zijn. Bovendien erkent de gids de dilemma's waar de practicus in het praktijk voor wordt geplaatst. 
  3. Voor de Nederlandse practicus is de beroepsorganisatie KNMvD een dominante regulerende partij. Sinds 2012 heeft de KNMvD de strategische rol van opsteller van richtlijnen voor veterinair handelen ingenomen. De KNMvD stelt dat de veterinaire veldnormen (richtlijnen en formularia) naast een normstellend ook een handhavend karakter hebben. De eerste tien richtlijnen zijn met financiële steun van de overheid vastgesteld. Het idee was dat een richtlijn bijdraagt aan het oplossen van knelpunten, controverse of risico in de veterinaire praktijk. Er kan een vergelijking worden gemaakt met de humane gezondheidszorg waar voor huisartsen het Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG) de richtlijnen opstelt en daarnaast belangenbehartigers voor huisartsen actief zijn zoals de Landelijke Huisartsen Vereniging en de Landelijke Vereniging voor praktijkhoudende huisartsen. Analoog aan humaan levert het CPD geen collectieve inbreng op veterinaire veldnormen. Daarmee kan het CPD vanuit een onafhankelijke positie haar leden bijstaan. De KNMvD spant zich immers in om de richtlijnen als toetsingskader in te (laten) zetten. In het artikel "de Veterinary Statutory Body in Nederland" (Tijdschrift voor Diergeneeskunde december 2014, jaargang 139, nr. 12, pagina 9-11) wordt die rol door de overheid bevestigd. De overheid ziet de inspanningen als onderdeel van de VSB of wel de "orde voor dierenartsen". Daarnaast stelt de KNMvD zelfbenoemde disciplinaire organen in of laat deze instellen door afspraken te maken met belanghebbenden partijen. Voorbeelden zijn het Kwaliteitsorgaan Dierenartsen, de Stichting Geborgde Dierenarts en de Stichting Paard. Daarmee beoogt de KNMvD het diergeneeskundige handelen voor leden én niet leden te coördineren en te reguleren. Hier gaan normstelling en handhaving hand in hand. KNMvD heeft eigen regelingen en eigen registers: het "Centraal Kwaliteit Register Dierenartsen" de Erkende Paardendierenarts en Keuringsdierenarts Paard die zijn ondergebracht bij PE-veterinair onderdeel van dierenartsencoöperatie Dactari. Deze private handhavingsinstrumenten (gaan) functioneren naast de genoemde officieel bevoegde handhavingsorganen. Met uitzondering van een controle op nascholing is het overigens nog niet zover, omdat CKRD-geregistreerden niet door een onafhankelijke organisatie worden gecontroleerd op het handelen volgens de KNMvD richtlijnen waaraan geregistreerden zich hebben geconformeerd. In feite wordt hiermee private invloed uitgeoefend op de vrije beroepsuitoefening. Die invloed wordt werkelijk duidelijk als registers worden gekoppeld of een praktiserende dierenarts uit een register wordt geschrapt. In dat laatste geval wordt immers de vrije praktijkuitoefening geblokkeerd. Mede op aandringen van het CPD wordt de Stichting Geborgde Dierenarts in 2017 statutair ontkoppelt van KNMvD.

Belangenbehartiging

Het CPD voert lobby voor de belangen van de praktiserende dierenartsen en stelt daarbij de deskundigheid van de practicus en het dier centraal. Ter vergelijking: in de humane gezondheidszorg bestaan naast het normstellende NHG belangenbehartigers voor praktiserend huisartsen o.a. de Landelijke Huisartsen Vereniging en de Vereniging voor Praktijkhoudende Huisartsen. Normstelling en belangenbehartiging blijken op gespannen voet te staan. Richtlijnen voor veterinair handelen blijken de knelpunten, controverse of risico in de veterinaire praktijk niet altijd op te lossen. De gekozen aanpak compliceert het werk onder andere m.b.t. de regierol en verantwoordelijkheden. Het CPD is voorstander van werkbare richtlijnen die praktisch en niet star zijn. Richtlijnen moeten het professionele handelen stimuleren. Een richtlijn mag nooit de vakkennis van een dierenarts uitschakelen of aanleiding zijn voor onduidelijkheid over verantwoordelijkheden. CPD richt zich op belangenbehartiging en biedt practici de ruimte om vanuit een onafhankelijke positie lobby te voeren, waar nodig invloed uit te oefenen of relevante acties te ondernemen. Dat gebeurt gezamenlijk vanuit de missie en visie en met ruimte voor ieder diergeneeskundig werkveld: het CPD ván en vóór practici. 

Beste behandeling voor het dier 

Dieren gezond houden en beter maken, dat vormt de basis van de relatie dierhouder – dierenarts. Daarbij staat de beste behandeling voor het dier centraal. Voorschrijven, toepassen en leveren van medicamenten horen tot de dagelijkse praktijk. Meer over de CPD positie en aanpak: klik hier Voor de CPD visie op positie van de practicus in de kwaliteitssystemen voor voedselproducerende dieren: klik hier.